2023, Witte Olifanten IX, Marijke Klamer en Merel Wendt
Tijdcollages

Woorden rijmen niet op zichzelf, terwijl je dat toch zou denken. Voor rijm is ten minste herhaling nodig, maar ook de lichtste variatie nodig. Als je twee zinsdelen met precies hetzelfde woord eindigt, heb je geen rijm maar een zin die niet loopt. In dat opzicht deed de industrie rondom Stadskanaal zo’n anderhalve eeuw geleden liever niet aan rijm. Onvermurwbare herhaling was het uitgangspunt. In de glasindustrie van Nieuw-Buinen bliezen de werkploegen het gesmolten glas in steeds dezelfde dikke houten mallen met metalen binnenwerk, zodat iedere fles precies dezelfde afmetingen had als de vorige. Bij het verveningswerk probeerden de arbeiders de turfblokken met steeds dezelfde grootte uit te scheppen. De reden voor deze manieren van werken was vermoedelijk dezelfde als waarom vandaag de dag de chilipepers en preien in de supermarkt dezelfde grootte hebben. Per stuk verkoopt makkelijker dan per kilo en de klant wil weten waar die aan toe is. Perfecte herhaling dient de markt. 
            Ook in het gebruik van het landschap probeerden de ondernemers van die tijd niet te rijmen. In Vier eeuwen turfwinning van M.A.W. Gerding is de rigoureuze planning van de turfondernemer goed terug te lezen. Als het veen enkele jaren na het aanbrengen van een greppelsysteem ingedroogd was, kon het uitgraven beginnen: ‘Aan weerszijden van de hoofdraaien werd het veen ter breedte van circa 16 veenvoeten (4-5 meter) over een lengte van 40-50 roeden (160-200 meter) weggestoken. (…) In het volgende jaar werd deze splitting ter zelfder breedte 40-50 roeden verlengd. De splitting van het voorgaande jaar werd verbreed met 16 voeten aan weerszijden, zodat een sleuf ter breedte van 64 voeten (18-10 meter) ontstond.’ De verwoesting van de Nederlandse veengebieden gebeurde zogezegd met een schrikbarende berekendheid. Ook dat had een reden: perfecte herhaling dient immers ook de efficiëntie.     
 
Witte Olifanten vroeg kunstenaars Merel Wendt en Marijke Klamer om met keramieken sculpturen te reageren op de collectie van het Streekhistorisch Centrum Stadskanaal, waar een flinke verzamelingen objecten ligt die zijn oorsprong vindt in de industrialisering in het gebied. Beiden maakten daarop werk dat juist de poëzie ontwart in de rationele patronen die achterbleven uit de negentiende en twintigste eeuw. 
             Wendts interesse ging, eenmaal in het museum, direct uit naar de glazen flessen die tot 1967 in de glasfabrieken van Nieuw-Buinen werden gemaakt. Het plaatsje was meer dan een eeuw lang de perfecte locatie voor de glasindustrie. Door de turfwinning in de achtertuin zaten de fabrieken nooit zonder brandstof. Daarnaast moest alle jenever die in Groningen en Drenthe werd gestookt ergens in worden bewaard, dus ook aan klanten geen gebrek. Het werk van Wendt bewaart de vorm van de flessen, maar vat die in kleurig keramiek. Het materiaal alleen al maakt dat je als bezoeker de objecten niet wilt aanraken, laat staan gebruiken. Door keramiek te gebruiken verandert Wendt de flessen van gebruiksobjecten naar objecten die je wilt bewaren en bekijken. 
              Klamers oog viel op de kaarten en foto’s van de landschappen die de turfwinning karakteriseren. De kaarsrechte kanalen, de hoofd- en zijraaien voor de afwatering, de vierkanten in het landschap. De doeken van Mondriaan verbleken bij wat de verveningsondernemers hebben aangericht in het Noorden. Klamer mist het veen, het Bourtangermoeras dat door de vervening bijna geheel is verdwenen, zonder er ooit te zijn geweest. Ze heeft geprobeerd de rationalisering van het landschap te begrijpen door die zelf na te maken.
 

            Het werk van beide kunstenaars bewaart de vormen van de industrialisering, maar koppelt deze los van de instrumenten die er verantwoordelijk voor zijn. In zowel de glasindustrie als de vervening raakte zacht, haast vloeibaar materiaal harde mallen en scheppen; het gesmolten glas en het zachte veen bleken weerloos tegen het metaal en namen iedere vorm aan die eraan werd gegeven. De kneedbaarheid van het bronmateriaal en de hardheid van de instrumenten zorgden ervoor dat niets de consequente uitvoering van de plannen van de ondernemers in de weg stond. Iedere volgende fles zou er weer zo uit zien, iedere perceel zou dezelfde rastering krijgen. 
           De werken van Klamer en Wendt zetten de herhaling van vormen voort, maar hebben die bevrijd van een gestandaardiseerde manier van werken. Hier raakt zachte klei zachte handen en bestaan geen kopieën. Als er wel een mal is gebruikt, zoals bij de speculaassculpturen die Klamer en Wendt samen maakten, is de mal ontdaan van ieder autoriteit die deze ooit had. De beelden herhalen zich nergens, maar rijmen steeds weer.     

Tjesse Riemersma, 2023